Vanavond behandelt de Tweede Kamer het initiatief ‘Koser Kaya / Blok’ om de Pensioenwet te wijzigen zodat de medezeggenschap van pensioengerechtigden in pensioenfondsbesturen wordt versterkt. Een voorstel dat, naar mijn idee, de solidariteit tussen generaties onder druk zet.
Op dit moment is het zo dat bedrijfstakpensioenfondsen worden bestuurd door werknemers- en werkgeversorganisaties. Van de vakbonden wordt in de pensioenfondsbesturen verwacht dat ze zowel de belangen van werkenden als gepensioneerden vertegenwoordigen.
De indieners van het initiatief wetsvoorstel zijn van mening dat gepensioneerden een aparte positie innemen in de fondsen omdat voor hen een kortere tijdshorizon geldt. Daarin worden Koser Kaya en Blok gesteund door de Raad van State (2002). “Gepensioneerden hebben onmiddellijk belang bij behoud van indexering, terwijl voor werkenden de indexering pas op lange termijn van belang is en mogelijkheden tot premieverlaging of zelfs een premieholiday al direct voordeel op kunnen leveren”.
Door de vergrijzing zijn er steeds meer gepensioneerden en bijna-gepensioneerden in pensioenfondsen. Je zou dus kunnen stellen dat zij getalsmatig al een sterke positie hebben. Deze groep heeft belang bij een defensieve beleggingstrategie. Dat is nadelig voor jongeren omdat zij veel meer baat hebben bij een offensieve strategie. Hun geld kan langer renderen waardoor er meer risico’s genomen kunnen worden wat uiteindelijk meer rendement oplevert.
Ik denk dat het goed is wanneer werkgevers- en werknemersafvaardigingen de pensioenfondsen blijven besturen en dat vakbonden een integrale afweging maken tussen de belangen van jong en oud. Helaas vertegenwoordigd de vakbeweging maar 8% van de jongeren en het is de vraag hoeveel rekening wordt gehouden met mijn generatie. Daarom moet de vakbondgeleding in de pensioenfondsbesturen de komende jaren verjongd worden. Binnen drie jaar moet wat mij betreft in alle besturen een bestuurder zitten van onder de 30 jaar. Ik vraag niet om een bijzonder positie voor mijn generatie en ben zeker niet uit op een generatie conflict. Wat ik wel vraag is een integrale afweging tussen de belangen zodat de solidariteit tussen generaties gewaarborgd blijft.
5 Reacties
Jesse,
Prima artikel. Helemaal met je eens! Geen deelbelangen,meer jongeren in de vakbeweging en de pensioenfondsen. Ideetje hoe we die jongeren daar (en dan bedoel ik vooral ook jongeren die dusdanig geinterresseerd zijn in pensioenen en in besturen) kunnen krijgen? Suggesties welkom!
Ik vind een “offensieve strategie” wel weer eng klinken. Dat betekent meer risico, en kan dus ook fout gaan. Voor mij geldt weliswaar dat er nog lang gelegenheid is om dat goed te maken, maar dat moet weer offensief, dus risicovol. Dus bij een beetje defensief beleid heb ik ook belang, denk ik zo.
(en ik reken mezelf nog als jongere
)
Jesse, ik ben het zo met je eens. De uitkomst van het kamerdebat betekent dat de weg vrij ligt voor de babyboomers om hun belangen de komende jaren te blijven verdedigen ten koste van de de daarop volgende generaties. Onbegrijpelijk.
Jenneke: ik denk dat je jongeren binnen je bond (en daarbuiten) moet scouten en opleiden. Niet wachten tot ze zich aanmelden, maar actief op zoek gaan
Michel: ook ik reken je tot die generatie hoor
Het gaat uiteindelijk om een goede beleggingsmix. Mijn punt is dat als er vooral veel ouderen inzitten je een veel defensievere strategie krijgt, ipv een solide mix van risico en zekerheid.
Martijn: dat kunnen we niet laten gebeuren. Ik hoop dat de bredere discussie n.a.v. Goudzwaard over de toekomst van het pensioenstelsel voor een definitieve ommekeer in het denken gaat zorgen. Ik wil daar in ieder geval aan bijdragen.
Als gepensioneerde voel je nu al de gevolgen van de strategie van meer risico nemen door in aandelen te beleggen. Er is geen of weinig ruimte voor indexering. De wens om gepensioneerden in de besturen op te nemen komt daaruit voort. In jouw stuk bepleit je weer dat risicovolle beleggen en je bent vakbondsbestuurder. Binnen de vakbonden hebben de gepensioneerden beperkt invloed. Ze tellen niet meer zo mee. In zekere zin is dat vergelijkbaar met de positie van de jongeren. Ze tellen ook niet zo mee, maar daarbij is de reden. dat ze liever voor hun eigen persoonlijke belang opkomen en een hoger loon dan de CAO voorschrijft proberen te bedingen; dan dat ze lid van een vakbond worden. Ik hoop, dat de huidige tijd aan zulke jongeren duidelijk maakt, dat gezamenlijke strijd op lange termijn meer oplevert. Overigens denk ik bij mijn bepleiten van een evenwichtig beleid niet alleen aan mijn persoonlijk belang, maar ook aan het lange termijn belang van de jongeren. Die komen bij mij soms wat zorgeloos over hun pensioen over.